Druivengids
Elke wijn begint met één ding: de druif. Maar niet elke druif smaakt hetzelfde. Sommige geven frisse, citrusachtige wijnen, andere juist volle, kruidige of fruitige smaken. In deze druivengids leer je de bekendste druivensoorten kennen, ontdek je waar ze vandaan komen en wat je ervan kunt verwachten in je glas. Zo snap je niet alleen wát je drinkt, maar ook waarom het zo smaakt.

Blauwe druiven zijn de basis voor rode wijn én vaak ook voor rosé. Hun schil zit vol kleurstoffen en smaakstoffen, die tijdens de gisting zorgen voor de kenmerkende kleur, aroma’s en structuur. Afhankelijk van de druif kan dat variëren van licht en fruitig tot krachtig en kruidig.
De blauwe druiven die besproken worden zijn:
-
Merlot
-
Cabernet Sauvignon
-
Pinot Noir
-
Syrah / Shiraz
-
Tempranillo
-
Malbec
-
Sangiovese
-
Grenache / Garnacha

Witte druiven (witte wijn)
Witte druiven zijn de basis voor frisse, fruitige wijnen en zorgen voor lichtere smaken dan blauwe druiven. Omdat de schil meestal niet mee wordt vergist, voelt de wijn zacht aan en zijn de smaken helder. Afhankelijk van de druif kan de wijn fris en knapperig zijn, of juist romig en vol.
De witte druiven die besproken worden zijn:
-
Chardonnay
-
Sauvignon Blanc
-
Riesling
-
Pinot Grigio / Pinot Gris
-
Gewürztraminer
-
Viognier
-
Verdejo
-
Moscato / Muscat
Klik hier om naar de pagina van de witte druiven te gaan!