
Blauwe druiven
Elke rode wijn begint met één ding: de druif. Maar niet elke druif smaakt hetzelfde — de één zorgt voor krachtige, kruidige wijnen, terwijl de ander juist zacht en fruitig is. Hieronder vind je de acht bekendste blauwe druiven ter wereld, duidelijk uitgelegd. Ontdek waar ze vandaan komen, hoe ze smaken en bij welk eten ze het best tot hun recht komen. Zo leer je stap voor stap herkennen wat er in je glas zit — en waarom het zo smaakt.
1
Merlot
Merlot is één van de populairste blauwe druiven ter wereld. De wijn smaakt meestal zacht en rond, met tonen van rijpe pruimen, kersen en soms een vleugje chocolade.
Omdat Merlot niet zo veel tannines heeft (dat zijn de stoffen die wijn stroef en bitter maken), is hij makkelijk te drinken. De Merlotdruif groeit bijna overal ter wereld, van Frankrijk tot Chili en Australië. Perfect als je van soepele rode wijn houdt die niet te zwaar is. Merlot past goed bij rood vlees, gevogelte, pasta met tomatensaus, milde kazen en gerechten met een zachte, kruidige smaak.
2
Cabernet Sauvignon
Cabernet Sauvignon is dé druif voor wie van stevige rode wijn houdt (stevig wil vaak zeggen: krachtigere smaken, meer tannine en/of een hoger alcoholpercentage). Hij geeft donkere, volle wijnen met smaken van zwarte bessen, cassis en een beetje kruidigheid. In warme streken wordt hij vaak iets zachter en voller van smaak. De druif komt oorspronkelijk uit Frankrijk, maar groeit nu ook in landen als Chili, Australië en de VS. Vaak wordt hij gemengd met Merlot om de wijn wat ronder te maken. Ideaal bij een goed stuk vlees of een stoofgerecht.
3
Pinot Noir
Pinot Noir maakt wijnen die lichter van kleur en smaak zijn dan veel andere rode wijnen. Het wordt vaak gezien als een van de beste opties voor wanneer je rode wijn voor het eerst gaat proberen te drinken. Je proeft vaak aardbei, kers en framboos, soms met een vleugje kruidigheid. De wijn voelt zacht en soepel aan. Doordat de schil van deze druif heel dun is, heeft de wijn weinig tannines. Pinot Noir komt oorspronkelijk uit Frankrijk, maar groeit nu ook in Duitsland, Nieuw-Zeeland en Californië. Hij past goed bij kip, zalm of gerechten met paddenstoelen. Pinot Noir is er voor wie houdt van een makkelijk te drinken wijn.
4
Syrah / Shiraz
Syrah (in Frankrijk) of Shiraz (in Australië) is een druif die stevige, donkere wijnen oplevert met smaken van zwarte bessen, peper en soms wat rook of kruiden. In warme landen zoals Australië of Zuid-Afrika wordt hij voller en zoeter van smaak; in koelere streken juist wat pittiger. Deze wijnen zijn vaak krachtig en hebben een lange afdronk (een lange afdronk betekent dat de smaak van de wijn nog even in je mond blijft hangen nadat je hebt gedronken). Heerlijk bij gegrild vlees of stoofgerechten. Drink je deze wijn bij het borrelen? Zorg er dan voor dat je er oude kaas bij serveert!
5
Tempranillo
Tempranillo is de belangrijkste druif van Spanje, vooral bekend van Rioja-wijnen. Hij geeft soepele, kruidige wijnen met smaken van kersen, bessen en een vleugje vanille als hij op eikenhout heeft gerijpt. Dat rijpen op hout is zelfs een beetje het handelsmerk van deze wijnen. Door die rijping worden de tannines zachter, krijgt de wijn een lichte rokerige toon en wordt hij wat voller van smaak. De wijn is vaak rond en toegankelijk, met milde tannines. Tempranillo combineert goed met tapas, gegrilde groenten of een stukje manchego. Een ideale kennismaking met Spaanse rode wijn.
6
Malbec
Malbec komt oorspronkelijk uit Frankrijk, maar werd pas echt beroemd in Argentinië. De wijn is donker van kleur en vol van smaak, met tonen van pruim, braam en een beetje chocolade. Toch voelt hij verrassend zacht en soepel in je mond. Dit is het grote verschil met de Cabernet Sauvignon. Beide wijnen zijn wat zwaarder, maar bij de Cabernet Sauvignon proef je net wat meer tannines en zijn de smaken nog iets heftiger (minder zacht en soepel dus). Malbec past goed bij kruidige gerechten uit de Zuid-Amerikaanse keuken, zoals empanada’s of pittige barbecuegerechten, maar denk ook zeker aan Mexicaanse taco's! Een volle wijn die toch makkelijk drinkt.
7
Sangiovese
Sangiovese is de belangrijkste druif van Italië en vormt de basis van Chianti, de bekende rode wijn uit Toscane. De wijn smaakt fris en levendig, dat betekent dat hij wat meer zuren heeft, waardoor hij energiek en niet te zwaar aanvoelt. In de smaak proef je kersen, tomaat en Italiaanse kruiden. Sangiovese-wijnen zijn vaak wat frisser dan Franse of Argentijnse rode wijnen en passen daardoor geweldig bij gerechten met tomaat of olijfolie, zoals pasta, pizza of lasagne. Het is een wijn die echt tot leven komt aan tafel en perfect past bij een gezellige Italiaanse maaltijd.
8
Grenache / Garnacha
Grenache (in Frankrijk) of Garnacha (in Spanje) is een van de meest zonnige druiven die er is. Hij geeft zachte, fruitige wijnen met smaken van aardbei, kers en soms een vleugje kruiden. De druif houdt van warmte en groeit vooral rond de Middellandse Zee. Daardoor hebben Grenache-wijnen vaak een zonnig, rijp karakter en voelen ze soepel aan, met weinig tannines en een volle smaak. Je vindt Grenache vaak terug in blends, zoals in Spaanse Rioja’s, waar hij met andere druiven extra diepte geeft. Sommige wijnmakers maken ook pure Grenache-wijnen. Lekker bij gegrilde groenten, tapas, Mediterrane gerechten of gewoon op een warme zomeravond.